navigatie overslaan
Alle plaatsen > Information & Process > Blog

De titel van deze bijdrage zegt eigenlijk al genoeg. Deze mening is overigens niet iets wat wij alleen bij UnitedXperts en EIM-campus vinden. Ook de grotere consultancy organisaties en andere netwerken zijn hiervan overtuigd. Deze ontwikkeling was exact voor Benedict Böhm en mij de reden in 2017 met UnitedXperts te starten en sinds kort nauw samen te werken met EIM-campus.

 

Het voor lange tijd in loondienst zijn bij één en dezelfde werkgever heeft zijn langste tijd gehad. Het is niet voor niets dat de Nederlandse werknemer steeds meer kiest voor het zelfstandig ondernemerschap. Ook de opdrachtgevers willen mensen maar tijdelijk inzetten met de speciale kennis en expertise die zij voor een periode nodig hebben om bepaalde zaken binnen hun organisatie te organiseren of te implementeren.

 

Wij van UnitedXperts hebben de overtuiging dat het samenwerken binnen een community dé manier is waarop we meerwaarde voor alle betrokkenen creëren. Met alle betrokkenen bedoelen we de opdrachtgevers, de zelfstandig professionals en leveranciers.

Wat óók gaat veranderen is dat opdrachtgevers gebruik gaan maken van echte specialistische kennis, zoals die binnen netwerken aanwezig is. Zij zullen dientengevolge steeds minder gebruik maken van reguliere intermediairs en gaan meer gebruik maken van specialistische netwerken.

 

Deze manier van werken kennen we trouwens al vanuit de middeleeuwen. Samenwerken deed men toen in een Gilde. Gildes, die lange tijd zeer succesvol zijn geweest, volgden principes die nu nog steeds gelden. UnitedXperts heeft veel van deze traditionele én zeer succesvolle gilde-principes in een modern (digitaal) jasje gestoken.

Ik noem hieronder een aantal principes en geef aan hoe wij hier binnen UnitedXperts mee omgaan:

 

  • Het Gilde was een belangenorganisatie van personen met hetzelfde beroep

Wij zien onszelf als die belangenorganisatie binnen het gebied van Enterprise Information Management. Hiervoor hebben wij onze community opgericht. Wij werken samen met specialistische partners en ondersteunen zelfstandig professionals, opdrachtgevers en leveranciers, die bij ons participeren;

 

  • In een Gilde werd kennis en ervaring uitgewisseld

Dat doen wij binnen de vier thema’s van de Special Interest Groups, waarvan men gratis en zonder actief te zijn via de EIM-campus, of betaald en actief via UnitedXperts gebruik kan maken. Als onze participant werk je samen met andere participanten aan trends en ontwikkelingen in ons vakgebied en communiceren wij erover via diverse moderne digitale communicatiekanalen en op congressen en in vakbladen;

   

  • Gildeleden werden opgeleid in het vak

Hiervoor werken wij vanuit UnitedXperts nauw samen met IMF-online, AIIM en TIMAF en samen met hen bieden wij projectmanagement-, vakinhoudelijke- en maatwerktrainingen aan;

 

  • Binnen het Gilde kon je als vakman erkend worden met de titel ”Gezel” en “Meester “ na het doen van de Gilde- of Meesterproef

Ook wij bieden de mogelijkheid tot accreditatie, waarbij je vakkennis en niveau wordt getoetst door gerenommeerde spelers uit de markt en door geaccrediteerde participanten. Middels accreditatie kun je je ook op deze twee niveaus onderscheiden;

 

  • Het Gilde behartigde de belangen van de gildeleden én bood kwaliteit

Kwaliteit staat binnen UnitedXperts hoog in het vaandel. Wij schrijven over het vakgebied en publiceren via meerdere kanalen. Bescherming bieden wij door met elkaar kwaliteit na te streven met gedragsregels waar wij ons met elkaar aan conformeren, door intervisies te houden tijdens projecten en evaluaties te doen na projecten;

 

  • Het Gilde had het alleenrecht op het uitoefenen van het vak, wat leidde tot de zekerheid van kwalitatief hoogwaardig werk

Wij hebben zeker niet het alleenrecht, maar willen wel samen met onze participanten dé partij zijn die als eerste wordt benaderd met vraagstukken en opdrachten uit dit vakgebied;

 

  • Er werden binnen het Gilde standaard prijzen voor werkzaamheden afgesproken

Wij willen reële prijzen voor onze participanten bedingen. We helpen onze participanten hierbij als zij voor onze opdrachtbemiddeling kiezen. Naarmate de schaarste op de markt toeneemt zullen wij het voortouw nemen om de juiste prijsafspraken voor onze participanten te maken;

 

  • Leden werden ook financieel ondersteund op het moment van financiële nood (broodfonds)

Deze optie willen wij vanuit UnitedXperts op termijn en volledig onafhankelijk van onze community aanbieden. De bedoeling is dat de participanten elkaar onderling financieel helpen bij ziekte of als ze langdurig zonder opdracht zitten. Een broodfonds gaat echter pas werken zodra betrokkenen vertrouwen in elkaar hebben opgebouwd. Dit heeft nog wat tijd nodig, want wij zijn immers pas een jaar geleden met onze community gestart.

 

Tot slot

De manier van werken en samenwerken zoals wij die vanuit het Gilde kennen komt in de moderne tijd weer terug. De manier waarop vraag en aanbod binnen de markt wordt afgestemd zal steeds meer door communities worden ingevuld. Flexibilsering van de arbeidsmarkt zet sterk door.

UnitedXperts is hier op het gebied van Enterprise Information Management door onze samenwerking met EIM-campus klaar voor.

 

U ook?

Zo ja, sluit je dan om te beginnen aan door jezelf gratis te registreren op de EIM-campus of door actief te participeren tegen een onkostenvergoeding bij UnitedXperts.

Uit onderzoek van vorig Dell Technologies blijkt dat 86 procent van de Nederlandse bedrijven (wereldwijd is dat 78 procent) gelooft dat digitale startups momenteel of in de toekomst een bedreiging vormen voor hun organisatie. Dat zorgt voor een soort selffulfilling prophesy: meer dan de helft denkt niet zeker te weten of ze over vijf jaar nog bestaan.

 

Iets meer dan de helft (52 procent) van alle Nederlandse bedrijven die deelnamen aan het onderzoek is bang dat ze in de komende drie tot vijf jaar overbodig zullen worden door de concurrentie van digitale startups. Dit ondanks dat Nederland van de Europese landen, na Duitsland, op de een na hoogste trede staat van de Transformation Maturity-ladder.

 

Sommige bedrijven voelen dat verandering bij hen ernstig achterwege blijft. In Nederland heeft 61 procent van de zakelijke leiders de afgelopen drie jaar te maken gehad met significante disruptie in hun industrie naar aanleiding van digitale technologie en het Internet of Everything. Zeker 58 procent van de Nederlandse bedrijven heeft geen idee hoe hun bedrijf er over drie jaar uit zal zien. Wereldwijd is dat 48 procent.

 

Deze bevindingen komen uit een onderzoek dat Dell Technologies door onafhankelijk onderzoeksbureau Vanson Bourne heeft laten uitvoeren onder 4.000 zakelijke leiders in zowel middelgrote als grote ondernemingen uit 16 landen en 12 industrieën.

 

‘Deze vierde industriële revolutie is vooralsnog even meedogenloos als zijn voorgangers. Als bedrijven niet bij kunnen blijven, raken ze snel achterop… of erger. De ‘delay until another day’-aanpak werkt gewoonweg niet meer’, zegt Jeremy Burton, chief marketing officer van Dell Technologies.

 

Trage vooruitgang

Er wordt op het gebied van innovatie mondjesmaat vooruitgang geboekt. Sommige bedrijven zijn zelfs nauwelijks gestart met hun digitale transformatie. Anderen doen dat beetje bij beetje. Enkel een kleine minderheid is vrijwel klaar met zijn digitale transformatie. Terwijl slechts delen van veel bedrijven digitaal denken en werken, geeft 72 procent van de Nederlandse bedrijven toe dat digitale transformatie breder toegepast zou moeten worden in de organisatie.

 

En de litanie gaat verder: ongeveer 6 op de 10 wereldwijde bedrijven is niet in staat te voldoen aan belangrijke vragen van klanten, zoals het bieden van betere beveiliging en 24/7 snelle toegang tot services en informatie. In Nederland geeft 64 procent toe dat het niet in real time reageert op informatie waarover ze beschikt.

 

‘Juist deze zaken zijn van doorslaggevend belang in een digitaal tijdperk. Falen in een zeer concurrerende markt als deze, kan het begin betekenen van een digitale crisis’, aldus Burton.

 

Digitaal reddingsplan

Door die acute bedreiging van disruptieve partijen, zijn veel Nederlandse bedrijven op zoek naar oplossingen om hier mee om te gaan. Om hun digitale transformatie te versnellen,

  • zegt 74 procent dat ze snel moeten kunnen beschikken over gecentraliseerde technologie voor hun bedrijf;
  • heeft 72 procent plannen te investeren in IT-infrastructuur en digitale skills van het management;
  • zal 75 procent zijn mogelijkheden voor softwareontwikkeling uitbreiden.

 

De belangrijkste plannen op het gebied van IT-investeringen voor de komende drie jaar in Nederland zijn (in volgorde van prioriteit):

  1. Internet of Things-technologie
  2. Ultra-high performance-technologie (bijv. gebruik van flash-technologie)
  3. Analytics, big data en data processing (bijv. creëren van een datalake)
  4. Next-generation mobile apps

 

‘In de nabije toekomst zal elke onderneming softwareontwikkeling en -expertise tot zijn kernactiviteiten rekenen. Veel van deze bedrijven zullen nieuw zijn op de markt. Anderen, die de afgelopen twintig jaar zelf geen coderegel hebben geschreven, staan aan het begin van een enerverende reis. Nieuwe digitale producten en diensten stuwen de transformatie van de IT-infrastructuur, omdat bedrijven te maken krijgen met duizend keer zoveel gebruikers en duizend keer zoveel data’, besluit Burton. 

Digitale transformatie belooft alles te veranderen. Toepassing van IT-oplossingen in nog meer aspecten van het dagelijkse zaken- en mensenleven. ‘Easy’ is hierbij het keyword.

 

Zo moest je ‘vroeger’ bellen om een formulier toegestuurd te krijgen dat je daarna invulde, ondertekende en opstuurde, waarna een medewerker je gegevens hopelijk foutloos overtypte in een green-screen. Tegenwoordig is het een kwestie van klik-klik-klaar. En binnen afzienbare termijn krijg je bijvoorbeeld via je digitale huisassistent een voorstel van je bank of je je vakantiegeld niet wilt beleggen in kunst omdat uit je klantprofiel blijkt dat je daar interesse in hebt.

 

Slimme oplossingen noodzakelijk

Maar ‘easy’ betekent niet dat de complexiteit verdwenen is, het betekent slechts dat slimme oplossingen complexiteit afschermen. De vorm verandert radicaal, maar in de kern verandert de inhoud niet. Nog steeds sluiten we overeenkomsten die we, indien nodig, kunnen reproduceren. Nog steeds willen we onze klanten juist en volledig informeren. Nog steeds hebben we verantwoording af te leggen naar toezichthouders en overheden. Nog steeds hebben we risico’s te managen. En nog steeds beslist uiteindelijk de rechter.

 

Maar radicale verandering van vorm betekent wel dat content management verandert. Bedrijfsprocessen zoals het sluiten van overeenkomsten worden steeds meer een directe interactie tussen partijen en systemen. Een gedetailleerde audit-trail van dit proces – uitgebreid met informatie die de noodzakelijke context toevoegt – komt daarbij nog het dichtst in de buurt bij het vroegere concept van een contract. Dergelijke content zullen we net zo zorgvuldig moeten beheren, conform dezelfde retention-policies, als voorheen onze (gescande) met de hand ondertekende papieren contracten.

 

Zelflerende systemen

Beslissingen in bedrijfsprocessen kunnen in toenemende mate aan zelflerende systemen worden overgelaten. Voorheen werden bedrijfsregels op basis van specificaties gecodeerd. In toenemende mate is moderne software in staat zich met behulp van machine learning en artificial intelligence aan te passen op basis van analyse van verzamelde data. Er zijn echter beslismomenten in bedrijfsprocessen die voortvloeien uit wet en regelgeving, waar verantwoording over moet worden afgelegd. De ontwikkelingen gaan snel, zo snel dat de wetgevende- en rechterlijke macht dat maar nauwelijks kan bijhouden.

 

De uitdaging voor content management professionals is samen met bedrijfsjuristen en management een antwoord te vinden op de vraag hoe in de snel digitaliserende wereld in de explosie van data de juiste informatie te vinden, vast te leggen, conform de regels te beheren, te beveiligen, en gedurende de hele life cycle volledig en in consumeerbaar formaat te reproduceren.

 

Belangrijke vragen hierbij zijn:

  • Hoe leg je de overeenkomsten zo vast dat niemand ze kan betwisten?
  • Hoe voldoe je aan je zorgplicht als bank, als werkgever, als bedrijf in milieugevoelige sectoren of zorg?
  • Hoe deel je het met wie het mag en wil zien?
  • Hoe geef je conform GDPR het data subject controle over zijn data?

 

Terug naar de kern; de informatie is leidend, niet de vorm.

 

Door Mark Disselhorst, participant bij UnitedXperts

 

Deze column bevat mijn persoonlijke ervaringen en meningen als onafhankelijk consultant en is dus op strikt persoonlijke titel geschreven. Hij vertegenwoordigt op geen enkele wijze de organisatie waarvoor ik werkzaamheden verricht.

Naar ik heb begrepen van de deskundigen Peter R. de Vries en rechtbankjournaliste Saskia Belleman van de Telegraaf ging er bij het Passageproces (waar inmiddels de verdachten zijn veroordeeld) een pleitnota van het OM van meer dan 2250 pagina’s vooraf. Het voorlezen alleen al duurde zo’n 8 uur. Al die pagina’s. Dat zijn bijna alle boeken van Harry Potter bij elkaar. Maar die snapte ik tenminste nog. Hier kan toch helemaal niemand iets mee? Denkt u nu echt dat aan het eind van het verhaal werkelijk nog één persoon wakker is (afgezien van de verdachten)?

 

Dat is toch niet meer van deze tijd? Wie verzint zoiets? Kan dat nou niet anders? Die honderden ordners (jawel, ze durven het nog hardop te zeggen ook) die vol zitten met informatie over een 10 jaar durend proces zijn toch volslagen onbenaderbaar als het gaat om overzicht? Hoe ga je daar iets in vinden over een specifiek onderdeeltje uit het proces? Waarom worden ze eigenlijk nog geprint? Ook al is het opgedeeld in separate dossiers, zoals Saskia Belleman aangaf, er is gewoon niet doorheen te komen. Hoezo toegankelijkheid van informatie? Om nog maar te zwijgen van de mogelijkheid dat straks iemand met die stapel dossiers achterop zijn fiets (of voor in zijn bakfiets) door Amsterdam gaat...

 

Daar is nog wel wat winst te boeken denk ik zo.

Meer dan in het omzetten van de Gemeentelijke Basisadministratie...

Daar gaan ze nooit meer wat mee verdienen ben ik bang.

Bundeling van kennis- en ervaring in de wereld van Enterprise Information Management

 

Met de ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst tussen alle betrokkenen is een tweetal initiatieven in de wereld van Enterprise Information Management (EIM) bij elkaar gekomen: de EIM-campus en UnitedXperts. Daarmee komt zowel veel kennis en ervaring als ook de inzetbaarheid van praktische EIM-deskundigheid onder één onafhankelijke noemer beschikbaar voor alle geïnteresseerde EIM-professionals. 

 

In 2017 werd zichtbaar dat de EIM-campus (hét informatieplatform binnen het EIM-vakgebied) én UnitedXperts (een omvangrijk samenwerkingsverband van EIM-specialisten) elkaar zinvol aanvullen. Vooral werd duidelijk dat de kennis en ervaring van de tientallen (geaccrediteerde) EIM-experts breder gedeeld kon worden via de EIM-campus. Initiërende partijen besloten hun online activiteiten samen te voegen onder EIM-campus. De EIM-campus blijft zodoende de vertrouwde omgeving om alle actuele ontwikkelingen in het EIM-vakgebied te volgen en waardevolle bijdragen te leveren aan discussies en gespreksonderwerpen. ‘Wij organiseren dit kosteloos en onafhankelijk’, aldus Hans Kaashoek, Managing Partner van Strategy Partners Nederland, één van de initiatiefnemers van de EIM-campus. ‘Daarmee willen we een platform bieden aan alle EIM professionals die zich willen verdiepen en hun kennis willen delen met anderen. Eén centrale plaats voor contact met mensen die zich aangesproken voelen door hetzelfde onderwerp en geen versnippering meer.’

 

Via de omgeving van UnitedXperts binnen de EIM-campus hebben bezoekers de gelegenheid elkaar nu ook ‘face-to-face’ te ontmoeten. De actieve Special Interest Groups (Input & Capture, Data & Secure, Information & Process en Output & Communicate) organiseren daarvoor regelmatig bijeenkomsten waar participanten actuele onderwerpen in dat specifieke marktsegment met elkaar bespreken’, aldus Hans Dickerscheid (Community Director van UnitedXperts). De resultaten van onderzoek en discussie leiden tot nieuwe inzichten die óf door ervaren publicisten als John de Waard (TAPAS, Tekstschrijven als Passie) als artikelen in EIM professional (een uitgave van DocumentWereld i.s.m. EIM-campus) worden gepubliceerd óf leiden tot nieuwe presentaties gegeven tijdens kwartaalbijeenkomsten, kennissessies of tijdens de jaarlijkse uitreiking van de EIM-Awards. ‘UnitedXperts biedt bezoekers tevens een breed scala aan EIM gerelateerde (desgewenst op accreditatie gerichte) opleidingen, die voor participanten tegen een gereduceerd tarief beschikbaar zijn’, vult Benedict Böhm (Operations Director van UnitedXperts) aan.  

 

Meer weten? Bezoek gewoon vrijblijvend www.EIM-campus.nl. Open een gratis account en selecteer vervolgens de onderwerpen waarover u geïnformeerd wenst te worden.

 

Geïnteresseerden kunnen zich kosteloos en vrijblijvend via www.eim-campus.nl registreren om deel te nemen aan de discussies. Mensen die zich registreren en hun postadres opgeven via info@eim-campus.nl krijgen een exemplaar van het eerstvolgende magazine EIM professional met als thema ‘Input & Capture’. Dat magazine is de tweede in de serie EIM professional magazines en verschijnt (ovb) in februari.

Ervaart u ook enige jalousie als u door de verkoopbrochure van een huis bladert? Alles functioneel ingericht, mooi strak geordend, geen rommel en je zou er zo in kunnen gaan wonen. Er zijn mensen die bewust vaak verhuizen om zo de aanwas van niet meer noodzakelijke spullen beperken. Dit terwijl ze iedere keer weer een iets groter huis kopen. Automatiseringsafdelingen laten de systeemomgeving en de gegevensverzamelingen maar wat graag (mee)groeien met de nieuwe vereisten van de onderneming. Iedere keer weer een maatje groter en meer functies. Maar het ordenen en opruimen van de reeds aanwezige informatie is niet hun sterkste eigenschap. Een activiteit die door de explosief groeiende informatiemassa zo nu en dan hard nodig is.

Bij een verhuizing worden letterlijk alle kasten en laden opengetrokken en wordt alles wat daarin zit minimaal één keer geanalyseerd. Bij het uitruimen wordt bepaald wat de emotionele of fysieke waarde is en of het behouden moet blijven. Blijft het behouden dan wordt bepaald waar het object in de nieuwe omgeving komt te staan en welke functie het daar krijgt. Objecten die niet op waarde kunnen worden geschat, worden of weggedaan of tijdelijk elders opgeslagen. Bij het uitpakken van de verhuisdozen vindt een tweede waardebepaling plaats. Voldoet het zoals voorgesteld of krijgt het bij nader inzien toch een andere bestemming. Hoe anders gaat het bij de vernieuwing van applicaties. De selectie van de nieuwe functionaliteit en daarbij behorende gebruiksmogelijkheden krijgt alle aandacht. De nieuwe technische en functionele vereisten van de onderneming, nu en in de toekomst, moeten perfect ondersteund worden. Actualisering van de inhoud van de applicatie is daarbij vaak een onderbelicht element. De gestructureerde data wordt met de ETL-aanpak (Extractie, Transformatie en Laden) aangepast en overgezet. Schoning en actualisering wordt niet tot zelden gedaan. Ongestuctureerde content in  fileshares, sharepoint sites of ECM systemen wordt vaak, als een last minute projectactie, één op één overgezet van de oude naar de nieuwe omgeving. Een van de redenen dat een goede analyse van de betekenis en waarde van deze content achterwegen blijft heeft te maken met het eigenaarschap. Ongestructureerde content wordt doorgaans door medewerkers op zelf te kiezen locaties opgeslagen. Dit met zelfgekozen ontsluitingskenmerken en op basis van een eigen ordening. Is de content oud, is medewerkers niet meer in dienst, de afdeling gereorganiseerd of opgeheven dan durft niemand zijn vingers te branden aan de opruiming van deze content. Opslagsystemen worden steeds goedkoper dus het as-is overzetten is financieel geen probleem. Een alternatief is het op read-only zetten van de oude verzameling en alleen de echt  gevraagde content on-demand overzetten. Als men na verloop van tijd nog weet wat daar staat!

Wat bij het as-is overzetten een probleem geeft, is de toegang en het gebruik van de content in de nieuwe omgeving. Nieuwe softwarefuncties komen niet tot hun recht omdat de benodigde registratiekenmerken onvolledig zijn of ontbreken. Het overzetten van dubbele, verouderde of niet meer relevante content vertroebelt de kwaliteit en werkbaarheid van de informatie. De presentatie van relevante objecten betreffende een zaak is onvolledig omdat geen uniforme metadatakenmerken en structuur is toegepast. Dit laatste geeft een bottleneck bij de ondersteuning van cusomerselfservice applicaties. De klant, als buitenstaander, wil direct de juiste en volledige informatie tot zijn beschikking hebben om te voorkomen dat hij/zij bij het uitvoeren van een transactie gefrustreerd raakt en afhaakt.

Als een onderneming inzet op de digitalisering van haar processen en klantinteractie en investeert in nieuwe systemen en applicaties (het nieuwe huis) zal ook terdege aandacht moeten worden besteed aan de kwaliteit, juistheid en actualiteit van de informatie (de inrichting). Dit vraagt serieuze voorbereiding en projectresources. Met het resultaat, een opgeruimd, geactualiseerd, functioneel ingericht en direct inzetbare informatiehuishouding kan de onderneming weer jaren vooruit.

Het grote verschil tussen gestructureerde en ongestructureerde informatie is dat je van de eerste direct kan zien wat het is en wat de “waarde” ervan is. Bij de tweede ligt de werkelijke waarde vaak verborgen in de inhoud.

Gestructureerde informatie (data en tekstgegevens) kun je direct lezen en heeft een concrete waarde. Door gegevens binnen de context van een applicatie te brengen wordt de waarde ervan nog concreter en wordt ook de relatieve waarde ten opzichte van andere gegevens duidelijk. 100 is in absolute waarde 100, maar in betekenis gering als de naast volgende waarde in een serie 10.000 is. Gestructureerde informatie kun je sorteren op waarde, analyseren en eenvoudig in relatie brengen tot andere informatie elementen. Business Intelligence en Big data analyse tooling maakt hier dankbaar gebruik van.

Ongestructureerd
Hoe anders is het met de waardebepaling van ongestructureerde informatie. Allereerst staat deze informatie als individuele bestanden ergens in een opslag of beheeromgeving. Afhankelijk van de opslagomgeving kun je zien wat voor objecttype het is, zijn omvang, de titel en mogelijk wat aanvullende gegevensvelden zoals creatiedatum, eigenaar en laatst gebruikt. Ook de plaats van het object binnen de beheeromgeving kan enige informatie geven over de aard van het object. Maar het zijn nog steeds om- of beschrijvende gegevens over het object zelf. Mogelijke informatie over de inhoud van het object kan worden verkregen uit aanvullende metadata of indexvelden. Als deze velden tenminste zijn gedefinieerd en zinvol zijn ingevuld. Iets dat door de gebruiker niet altijd als een plezierige taak werd en wordt ervaren. Nieuwe beheersoplossingen helpen de gebruiker bij het opslaan van nieuwe informatie met suggesties bij het invullen van deze velden. Ze  “kijken mee” naar de aktiviteiten in het werkproces, de rol van de gebruiker en deels ook naar de meest voorkomende woorden in het object. Een volledige automatische analyse en registratie komt ook steeds vaker voor. Informatie wordt zo vollediger en met een bedrijfstaxonomie geregistreerd, gegroepeerd als het gaat om soortgelijke informatie en overeenkomstig de waarde voor langere termijn veiliggesteld. Dit vermindert werk en willekeur van de eindgebruiker en verbetert de terugvindbaarheid van een object, het bonnetje, de bezwaarbrief of de beleidsnota.

Oude bestanden
Maar wat te doen met de reeds aanwezige, oude en vaak slecht geregistreerde files en bestanden in een organisatie? Een beetje organisatie heeft er miljoenen op diverse Fileshare locaties staan. Oudere beheeroplossingen bieden slechts een digitale weergave van de oorspronkelijke fysieke file/folder opslagstructuur in plaats van een metadate gebaseerde ontsluiting. Ook in modernere document- of contentmanagementoplossingen is de inhoud en zo de bedrijfswaarde of risico van de opgeslagen objecten niet tot nauwelijks te bepalen. Dit door niet of foutief ingevulde velden, verschillende in terminologie of het gebruik van de velden voor andere informatie. Alleen afgaan op hoe het oude object is ontsloten maakt de integratie in één bedrijfsinformatiehuishouding risicovol. Enerzijds vanwege het zoekresultaat-overload door de presentatie van alle mogelijke objecten en anderzijds omdat de werkelijke inhoud en waarde daarvan niet bekend is. Dat laatste geeft een reële kans op het niet tonen van wel aanwezige en relevante informatie. Als een cruciale bedrijf- of klantbeslissing op onvolledige informatie wordt genomen kunnen de gevolgen, bij nadere analyse, ingrijpend zijn. Weten wat de werkelijke inhoud en waarde van de bestaande objecten en bestanden voor de bedrijfsvoering is, is meer dan alleen een technisch linkje leggen naar de objecten op basis van de leesbare kenmerken. Een goede inhoudelijke analyse van wat er echt in het object staat en een daarop gebaseerde classificatie en ontsluiting maakt van een oude bestand een waardevol informatie-object.

In overheidswereld is een beweging naar "Eén digitale overheid". Is dit een voordeel voor de overheid of voor de burger? Dit artikel is eerder gepubliceerd op DocumentWereld.nl.

 

"De basis is er: nu doorpakken!"

Ambassadeur gemeenten bij Bureau Digicommissaris Ruud de Vries: De basis is er: nu doorpakken!

 

Ruud de Vries, ambassadeur Gemeenten bij Bureau Digicommissaris, stelt het heel eenvoudig: ‘Hoe kun je samenwerken met één digitale overheid als het achter de gevel niet klopt?’ Daar is een belangrijke reden voor ziet hij: ‘De overheid kan de ontwikkelingen niet bijbenen en denkt vaak nog te veel in traditionele structuren en zijn eigen interne organisatie. Waarom kan dat in de consumentenwereld wel? Overal zien we succesvolle webwinkels met een goed ingeregelde ‘customer journey’, maar bij de overheid gaat dat allemaal nog erg moeizaam. Succesvol digitaal? Stel de mensen centraal! De basis is er. Nu doorpakken!’

 

Volgens De Vries, sinds bijna een jaar parttime werkzaam als ambassadeur Gemeenten bij Bureau Digicommissaris, is daarvoor die basis, de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) in gang gezet. ‘De  opdracht voor het bureau Digicommissaris is de regievoeren voor juist díe doorontwikkeling naar een GDI. Mijn taak is als ambassadeur voor gemeenten om een brug te slaan, via die GDI, tussen de gemeenten en andere overheidsinstanties en uitvoeringsorganisaties. De GDI vormt daarbij een set van afspraken, protocollen, procedures en systemen die bij elkaar de juiste randvoorwaarden vormen om te komen tot één digitale overheid. Maar…. stel de mens centraal en toets daarop de inrichting.’

 

De Vries heeft, net als Digicommissaris Bas Eenhoorn vooral een aanjaagfunctie. ‘Het is niet wenselijk als gemeenten ieder voor zich proberen het wiel opnieuw uit te vinden. Leren van elkaar en het delen van ‘best practices’ is een veel efficiëntere weg. Goede  initiatieven moeten meer voor het voetlicht worden gebracht en gedeeld met anderen. Daarbij kun je ‘couleur locale’ toevoegen op detailniveau, want grosso modo doen gemeenten in principe hetzelfde. Datgene wat niet onderscheidend is, geldt dus voor iedereen. Dat is in feite wat de Generieke Digitale  Infrastructuur mogelijk moet maken. Onderscheidende zaken kun je vervolgens zelf inrichten.’

 

Mensgerichte aanpak
Het gaat volgens De Vries niet zo zeer om systemen en automatisering, het gaat om het doel wat je ermee wilt bereiken. ‘In de informatie- en netwerksamenleving bepalen mensen steeds meer zelf. Met technologie kunnen ze hun zaken en taken organiseren zoals ze willen en met wie ze maar willen. Denk aan ervaringen delen, kennis uitwisselen en een stads- of buurtreferendum organiseren. Dat geldt voor de mens in al zijn rollen. Als burger, ondernemer, student, werknemer, mantelzorger en patiënt. Hij wil zelf de regie. Zelf bepalen wie welke gegevens mag inzien en analyseren. En 24/7 digitaal zakendoen met de overheid.
De overheid kan die ontwikkelingen niet bijbenen, omdat ze haar eigen organisatie als uitgangspunt neemt. 
Ze zal de traditionele opdeling in domeinen en sectoren los moeten laten, en kiezen voor een mensgerichte aanpak.’ De Generieke Digitale Infrastructuur legt daar met digitale diensten, standaarden en oplossingen de gemeenschappelijke basis voor. ‘Zo’n GDI is nooit af. Doorontwikkeling en innovatie worden steeds urgenter. Zodat overheden nu en in de toekomst kunnen aansluiten op wat de maatschappij verwacht en vraagt.’ En het aanjagen van die doorontwikkeling vanuit gemeentelijk perspectief heeft De Vries in zijn takenpakket.

 

Ontwerpen naar behoefte
‘Ontwerp niet op basis van de beschikbare informatie, maar op basis van gebruikers en wat zij nodig hebben. Ook voor een overheid geldt dat de klantreis, de totaalervaring van de klant bij contact met de overheid, cruciaal is voor een hoge klanttevredenheid. Technologie is er slechts voor de juiste ondersteuning. En streef niet naar het ideale plaatje, goed is in eerste instantie goed genoeg. Voortdurend blijven zaken veranderen en moet je je aanpassen aan die veranderde omstandigheden.’
Er is inmiddels al een aantal goede ervaringen, ziet De Vries na bijna een jaar als ambassadeur voor de gemeenten in het veld te hebben rondgelopen. ‘Samen met de VNG halen we daarvan de krenten uit de pap en brengen die meer voor het voetlicht. Dat zou nog best vaker mogen, wat mij betreft. Daardoor kun je beter die verschillende belevingswerelden van burgers, overheid en bedrijfsleven op elkaar afstemmen. 
Van de tekentafel naar de praktijk is vaak nog een lange en moeizame weg doordat de verwachtingen en de beleving van uiteenlopende doelgroepen en belanghebbenden (te) veel uiteenlopen. Maar we moeten die weg wel zo snel en efficiënt mogelijk afleggen.’

 

Verschillende verwachtingen
Als mooi voorbeeld van goede afstemming tussen partijen, noemt hij de ‘casus van de uitvaartondernemers’ die hij is tegengekomen: ‘Een doelgroep die heel vaak contact heeft met een overheid. Over van alles, van het melden van een overlijden tot vergunning voor vervoer van de overledene en alles wat daartussen zit. Als die onderneming niet steeds naar het gemeentehuis hoeft, maar alles digitaal zou kunnen afhandelen, zou dat enorm veel tijd en kosten schelen. Dat bedoel ik nou met het afstemmen van belevingen en verwachtingen. Aan de andere kant was er ook een voorbeeld bij een bepaalde gemeente van de ontwikkeling van een elektronische identificatie voor ondernemers. Die behoefte was er absoluut niet, hooguit heel specifiek, of één keer in de vijf jaar als ergens een vergunning verlengd moest worden. Dan zie je dat de ontwikkeling van producten sterk lokaal wordt bepaald en in overleg moet worden afgestemd. 
Niet uitgaan van jezelf, omdat het dan lekker efficiënt is voor jouw eigen organisatie, maar uitgaan van  degene voor wie het is bedoeld. Dat kan prima, met een basis die die mogelijkheden openhoudt.’

 

Samenwerken voor beter resultaat
Wat De Vries ook steeds vaker ziet, is dat gemeenten bij elkaar kruipen om dingen voor elkaar te krijgen. ‘Individuele gemeenten hebben moeite om de ontwikkelingen bij te houden, maar met elkaar lukt het wel. Zo zijn er talloze gebieden aan te wijzen waarop die samenwerking noodzakelijk is. Kijk maar naar onderwijs, sociale zaken, arbeidszaken, economie, allemaal onderdelen die grensoverschrijdend zijn.’
In zijn column van 24 november 2016 spreekt de Digicommissaris van een grote klus die is geklaard. “Na twee jaar – in 2014 is de Digicommissaris zijn werk begonnen - is de samenhang tussen waar het over moet gaan bij de digitale infrastructuur, de financiën, en de sturing op orde. Inhoudelijk is er helderheid over wat we tot stand willen en kunnen brengen.” 
De Vries: ‘In dat laatste zit dan tegelijkertijd opnieuw een grote uitdaging. De verwachtingen en wensen vanuit de informatiesamenleving, vanuit de mensen, zijn huizenhoog. Nieuwe technologieën ontwikkelen zich snel tot volwassenheid. Veiligheid en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer zijn voortdurend belangrijke aandachtspunten. Al die ontwikkelingen, die ook mede de informationele zelfbeschikking, de regie op gegevens door de individuele mens mogelijk maken, vragen om verdere investeringen. Nu de basis op orde is, is het formuleren van een antwoord van de overheid op die nieuwe digitale mogelijkheden een absolute noodzaak. Dat kan alleen als binnen de juiste verbanden wordt samengewerkt. Je hoeft niet in alles samen te werken, maar waar het kan en leidt tot een beter en sneller resultaat, is het wel wenselijk. En de ICT laat het toe. Het zijn juist de regels en het geld die beperkingen kunnen vormen. Simpele alledaagse zaken, als het digitaal aanvragen van reisdocumenten, het aangeven van geboorte of overlijden, het aanvragen van een VOG, en uittreksels uit de BRP, vragen om ruime interpretatie van wetgeving. Wetgeving die in de huidige vorm nog mijlenver achterloopt op de snelheid van de maatschappij en de verwachtingen van de burgers. Daardoor krijg je vreemde situaties waarbij de uitvoeringspraktijk anders is dan de wetgeving voorschrijft. Online ziet de wereld er dan ineens heel anders uit dan offline.’

 

 

Nu zaadje planten
De Vries maakt zo de komende maanden nog een rondje langs de velden. Om gemeenten aan te sporen verder te gaan op de ingeslagen weg. ‘Nu moeten die 390 gemeenten in ons land intensief blijven samenwerken, kennis bundelen en geld vrijmaken voor gezamenlijke acties op weg naar een dienstverlening die aansluit bij de leefwereld van mensen.
Dat kan en mag volgens de weg der geleidelijkheid. Was het niet Confucius die zei: wil je vandaag een grote eik? Dan had je 30 jaar geleden een zaadje moeten planten. Het beste alternatief is vervolgens om dat zaadje nú te planten!’

Facebook begon ooit als smoelenboek voor een universiteit. Het is nu het wereldwijde social media softwareplatform. En het mooie is, je betaalt voor het gebruik ervan geen licentiekosten. Vernieuwingen in functionaliteit worden zonder dat je een onderhoudsvergoeding betaald automatisch doorgevoerd. De rekening voor dit alles wordt betaald door de informatie die je plaats en deelt met andere gebruikers. Informatie die slim wordt gebruikt om andere, wel betalende, belangstellende te paaien om het platform voor hun commerciële uitingen te gebruiken. Een dergelijke trend zien we in alle hoeken van de softwaremarkt. Een fundamentele verandering ten opzichte van de voorheen gebruikelijke licentie aankoop- en onderhoudspolitiek van softwareleveranciers. Software had gewoon een prijs en je betaalde standaard een onderhoudsvergoeding om in ieder geval de fouten in de geleverde software te laten herstellen. Major functionele vernieuwingen werden doorgaans met ingrijpende upgrade diensten en een extra financiële donatie geleverd. Dit alles ongeacht het gebruik van de software, het belang van de toepassing voor de organisatie of de waarde van de informatie die erin werd opgeslagen. In de ERP wereld had je wel een aantal slimme of dominante leveranciers met een branche afhankelijke prijsstelling. In de softwaremarkt voor het beheer van ongestructureerde informatie was de functionaliteit een gegeven en de prijs voor iedereen gelijk.

Interessant is het daarom om te constateren dat met name in de sector voor het beheer van ongestructureerde informatie veel grondleggers van gerenommeerde softwaremerken hun bedrijf hebben verlaten (of verkocht) om een geheel nieuw softwareplatform te ontwikkelen. Voorbeelden hiervan zijn John Newton van Documentum die in 2005 Alfresco start of Ike Kavas van Kofax die in 2010 met Ephesoft begint. Beide bedrijven maken gebruik van het Open Source business model. Hiermee hebben ze het traditionele koop- en onderhoudsmodel verlaten ten gunste van een meer gebruiksgerichte prijspolitiek. Dit beginnende met een opensources versie die tot een bepaalde functionaliteit en omvang gratis kan worden gebruikt. Verder aangevuld met premium versies met premium support waar je een gebruiksvergoeding voor betaald.

Ook hun software ontwikkelstrategie is fundamenteel anders. Deze is niet meer gebaseerd op een 100% eigen ontwikkelcapaciteit en snelheid. De productontwikkeling wordt mede gerealiseerd door nauwe samenwerking met meerdere co-creatie partners. Ook het snel integreren van nieuwe functionaliteit van andere opensource leveranciers hoort bij de strategie. Hiervoor is een constante marktscan voor interessante functies een standaard element van de CTO functie geworden. Niet meer alles zelf bedenken en ontwikkelen, maar vooral extern observeren, bediscussiëren en bij goed gevolg integreren. Hiermee worden nieuwe functies en platformupgrades zeer snel gerealiseerd. En het mes snijdt aan twee kanten. De platformleverancier blijft innovatief met snelle vernieuwingen en de niche-functie leverancier lift mee op de statuur en klantenbase van de platformleverancier. Met alle voordelen voor de eindgebruiker die het uiteindelijke product gebruikt.

De tijd dat een onderneming één tot maximaal twee keer per jaar aan de hand van een gedegen meer jaren planning de functionaliteit van de informatiesystemen aanpaste is ver verleden tijd. Nieuwe kanalen en functies voor in- en externe communicatie, de explosie groei in vormen en volume van te verzamelen, te analyseren en te beheren informatie en de snelheid waarmee nieuwe toepassingen moeten worden gerealiseerd vereisen een veel frequentere aanpassing. Dit is nauwelijks meer mogelijk met uitsluitend interne kennis en resources. Alles zelf doen op basis van een strategische keuze voor een in huis one-size-fit-all toepassing is meer remmend dan versnellend.

Een versnelling ligt in het slim combineren van een opensource platform voor de basisfunctionaliteit met daaraan toegevoegd innovatieve niche oplossingen voor gerichte deelfuncties. Met name voor oplossingen voor het verwerken en het beheer van ongestructureerde informatie zijn die mogelijkheden in overvloed beschikbaar. Doordat de functionele eisen hiervoor minder hard zijn gedefinieerd geeft dit de ruimte om een eigen oplossingsomgeving samen te stellen op basis van verschillende deelcomponenten. Extern functioneel kralen rijgen. Met deze externe co-creatie aanpak verandert de rol van de interne IT afdeling. Zij zal constant de ontwikkelingen en het beschikbaar komen van hoofd- en deelfuncties in de wereldwijde softwaremarkt moeten analyseren en matchen met de businesswensen van de eigen onderneming. Bij gebleken toepasbaarheid zal zij de externe partijen moeten motiveren om de omgevingen met elkaar te verbinden. Met tevens de “leveringsgarantie” dat de functionaliteit ook voor de toekomst wordt gegarandeerd. De ketting moet wel blijven functioneren. Applicatie co-creatie met het beste uit de Saas en Opensource markt om zo de gewenste nieuwste functionaliteit snel beschikbaar te hebben voor de interne en externe slagkracht.

Bovenvermelde aanpak is fundamenteel anders dan de toe nu toe gebruikelijke. Corporate applicaties voor het beheer van ongestructureerde informatie werden voorheen aangeschaft vanwege de zo compleet mogelijke functionaliteit die ze als suite bieden. Bij het vastleggen, beheren en presenteren van ongestructureerde informatie zijn de wensen vaak een combinatie van basisfunctionaliteit aangevuld met proces of medewerker specifieke wensen. Hierdoor worden implementatieprojecten op dit gebied vaak omvangrijke knutselprojecten waarbij het gekochte pakket met inzet van veel interne of extern ingehuurde experts wordt verbouwd. Een verbouwing die de verdere inzet van het basispakket, de upgrade naar een nieuw release of de migratie van de toepassing naar een moderne omgeving er niet eenvoudiger op maakte. Punt daarbij is ook dat de functionele doorontwikkeling van het basispakket de verantwoordelijkheid van de pakketleverancier is en dat eventueel andere functionaliteiten door de gebruiker zelf moeten worden geselecteerd en geïntegreerd. Dit met alle compatibiliteitsrisico’s van dien in de toekomst.

De Saas/opensource omgeving biedt het schaalbare gebruik van een configureerbare oplossingsomgeving. Ook is deze omgeving meer open en eenvoudig te verrijken of te integreren met andere opensource toepassingen. Nieuw is dit op zich niet. Wel nieuw is de methodiek om deze integratie niet zelf als organisatie te doen maar door de leveranciers van basis en deelfuncties. Dit met een afname of gebruiksgarantie van de nieuwe te creëren functionaliteit zonder deze exclusief te claimen. De bredere vercommercialisering van de gecombineerde oplossing is een prikkel voor de softwareleveranciers om de integratie snel en toekomst vast te realiseren. Wat een snelle vernieuwing  van de eigen informatiehuishouding ten goede komt.

Deze blog is onderdeel van een serie blogs in AGconnect i.v.m. 50 jaar IT.

john.dewaard

EIM in Business Magazine

Gepost door john.dewaard Moderator 22-aug-2017

Het is  zover: het eerste kwartaalmagazine is gereed. Dit EIM in Business Magazine (als voortvloeisel van de EIM campus) over het onderwerp Access & Control bevat onder meer artikelen over:

 

 

  • Digitale handtekening, geen reden meer voor uitstel;

  • De GDPR-wetgeving, hoe ver gaat die eigenlijk?

  • Ransomware, wat kun je en wat moet je?

  • ISO audits, hoe gaan we daarmee om?

  • Ethical hacking, nut en noodzaak;

  • Certificeringen, wat heb je eraan?

  • Privacy Impact Assessment, risicomanagement en -beheersing;

  • De rol van de Data Privacy Officer;

  • Case over de Nationale Politie;

  • En een groot artikel over een kennissessie/rondetafelgesprek over met name de impact van de GDPR/AVG

  • Wat was er in de media over Access & Control?

 

Meer weten of heeft u interesse om een fysiek exemplaar te ontvangen? Laat het dan weten in de comments hieronder. De volgende uitgave zal gaan over Capture & Process. Die verschijnt ongeveer eind oktober.

Bij ons in de regionale krant las ik over een softwarestrop bij de GGD alhier. Dat ging om het verlies van het lieve sommetje van bijna 500.000 euro op een mislukte software-implementatie. En het ergste misschien wel, het ging om software die de GGD had moeten voorzien van ‘een modern digitaal cliëntendossier…’ Daar waren ze vanaf 2015 al mee bezig, maar nu is dus duidelijk geworden dat het volledig is mislukt. Volgens de GGD heeft de leverancier niet kunnen voldoen aan de wensen en afspraken. Nu zijn ze daar nog in overweging of er juridische stappen gezet gaan worden om die 500.000 euro terug te halen. Apart. Toch? Als je zo stellig bent in je oordeel dan zou ik denken dat je wel ‘een zaak’ hebt. Maar ik dacht eigenlijk dat dit soort zaken niet meer voorkwamen. Bij zo’n bedrag is er toch sprake van een aanbesteding, met alle afspraken en verantwoordelijkheden voor iedereen helder op (virtueel) papier en zo? Hoezo kan er dan sprake zijn van een niet opgeleverd systeem en een afschrijving ineens van 500.000 euro publiek geld? Dat zou dan zonder verdere gevolgen kunnen blijven voor de leverancier?

 

Ik zou denken dat er dan meer aan de hand is. Misschien toch zelf ook niet helemaal helder voor ogen wat je wilt en hoe je dat gaat doen?

De automatische classificatie van ongestructureerde informatie is al jaren een probleem. Wat een mens in één oogopslag ziet, is voor software nog steeds een hele kunst. Door de combinatie van verschillende technieken en methoden worden de resultaten steeds beter.

Zo goed zelfs dat volledig automatische classificatie voor steeds meer toepassingen een realiteit is. Een goede ontwikkeling, ook in het kader van de komende Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

 

Leg een aanvraagformulier, een formele brief, een contract en een declaratie, al dan niet digitaal, naast elkaar en een mens ziet direct wat ieder document is. Hij leest de relevante gegevens, doet nog een inhoudscontrole en plaatst ze ook nog in een mogelijk onderling verband. Deze ogenschijnlijk vanzelfsprekende actie is bij nadere analyse een combinatie van verschillende herkennings- en analysetechnieken. Er is onder andere sprake van de analyse van het objecttype (vorm, aard, layout), de inhoud (tekst, cijfers, structuur), de betekenis (inhoud in context), relevantie (onderwerp, woordkeus, leeftijd, auteur, geadresseerde) en authenticiteit (handtekening, stempel). Omdat het soort en de inhoudsvorm van nieuwe digitale content constant veranderen, is het gebruik van op één technologie gebaseerde herkennings- en classificatiemethode een risico.

Dit geldt ook voor de classificatie van reeds lange tijd in een organisatie aanwezige, soms nog fysieke, oude content. ‘Oud’ ook in de zin van vorm, inhoud, onderwerp en taalgebruik. Een aanvraag voor zwangerschapsverlof uit 1980 ziet er totaal anders uit dan het laatste UWV-formulier hiervoor.

Wereldbeker

Het inhoudelijk analyseren en classificeren van een object op basis van alleen woordfrequentie (word counting) gaat voorbij aan de aard van het document, de aanvraag zelf of juist een klacht over een verkeerd verwerkte aanvraag. Alleen woordanalyse gaat voorbij aan de context waarbinnen de woorden zijn gebruikt. Een wereldbeker kan zomaar gezien worden als een hele grote drinkbeker. Het alleen zoeken van informatie met een specifieke layout, zoals een datum, ziet niet het verschil tussen de documentdatum en de datum waarop het contract getekend is en ingaat.

Reeds lang bestaande analyse- en classificatieoplossingen zijn ooit vanuit de toen beschikbare technologie voor één primaire toepassing ontwikkeld en daarvoor nog steeds prima te gebruiken. De toepasbaarheid ervan voor alle vormen van digitale content en ook het ‘oude’ materiaal wordt echter steeds meer een uitdaging. Nieuwe classificatieoplossingen combineren dan ook meerdere analysetechnieken in één oplossing.

Businessrelevantie

Content werd voorheen geclassificeerd om in digitale werkprocessen door mensen te worden geanalyseerd en verwerkt. Nu is het streven om de geclassificeerde content en vooral de inhoud ervan direct te verwerken in transactiegebaseerde applicaties. Het classificatieproces wordt steeds meer toepassingsgericht. Ook de classificatie van content voor specifieke bedrijfsdoelstellingen, compliance-issues, e-discoveryvraagstukken en wet- en regelgeving wordt steeds actueler. Dit betekent dat de classificatieoplossing naast een zorgvuldige analyse en gegevensextractie tevens in staat moet zijn om de van toepassing zijnde businessregels in het classificatieresultaat te integreren.

Hiermee kan als direct resultaat van de classificatie de impact, de waarde of het risico van de geanalyseerde objecten in relatie tot die businessregel worden bepaald. Bijvoorbeeld: wat voor soort AVG-gerelateerde en voor de organisatie nog waardevolle documenten staan er in een afdeling-Fileshare. Of: wat voor contractdocumenten er in de algemene opslagomgeving van de ontslagen medewerker staan die nog niet bekend zijn in het centrale klantdossiers.

Hulpmiddel

De toepassing van contentclassificatie verandert van een technologische keuze in het toepassen van een gericht businesshulpmiddel. Dit om op basis van een geautomatiseerde waardebepaling van het geanalyseerde object direct de juiste vervolgacties te bepalen of te ondernemen. Een onmisbaar hulpmiddel om de explosief groeiende hoeveelheid digitale content op de juiste wijze te kunnen blijven behandelen.

De grootste uitdaging in Zaakgericht Werken zit in de organisatorische implementatie en eerlijk gezegd is de merkbare verbetering in de dienstverlening maar minimaal. Dat waren de twee opvallendste uitkomsten uit een live poll tijdens het Heliview-congres Zaakgericht Werken onlangs in Congrescentrum 1931 in Den Bosch. Medeorganisator Sven Blom van KBenP Zaakgericht Werken, kijkt daar niet zo van op. ‘In heel veel van dit soort nieuwe trajecten merk je dat de grootste weerbarstigheid binnen de eigen organisatie zit. En de implementatie van Zaakgericht Werken heeft een behoorlijke impact, dus dan zal niet iedereen in de rij staan. En het tweede wordt (mede) veroorzaakt door het eerste.’

Het hele artikel staat te lezen op http://www.documentwereld.nl/achtergrondartikelen/113/11189-zaakgericht_werken_draagt_minimaal_bij_aan_verbetering_dienstverlening  

 

Wat betekent dit nu: dat het fenomeen ZGW is mislukt en dat we daarmee eigenlijk het streven naar 1 digitale overheid naar het rijk der fabelen kunnen verwijzen? Of is Zaakgericht Werken nog altijd een prima middel om in ieder geval meer zelfredzaamheid van zowel de burger als de overheid als andere partijen in de keten in gang te zetten?

 

Ben je van mening dat je afgelopen jaar al veel ‘disruptie’ hebt gezien? Zet je dan schrap voor 2017, want er zit nog veel meer in het vat. Gevestigde bedrijven worden buitenspel gezet en uit de markt geïnnoveerd door digitale start-ups. Een op de twee organisaties twijfelt of het binnen vijf jaar nog wel bestaat. Te midden van de disruptie zijn er gelukkig ook veel mogelijkheden. Heel veel zelfs. Jeff Clarke, vice-chairman of Operations & president of Client Solutions bij Dell zette de zeven belangrijke trends voor 2017 op een rij. Deze zullen ongetwijfeld de manier waarop je zaken doet veranderen. een van de belangrijkste trends is de opkomst van de Chief IoT Officer. Logisch, of te gek om los te lopen?

 

 

Chief IoT Officer
De Chief Digital Officer was een trend in 2016, maar er is nu een new kid on the block: de Chief IoT Officer. Bedrijven ervaren een toenemende druk om de kloof tussen de business en IT te overbruggen. In een poging om de ROI en de efficiëntie te verbeteren, zal de Chief IoT Officer een brug vormen tussen iedereen in de organisatie: van facility-managers tot CIO’s en van IT-managers tot CEO’s.

De Chief IoT Officer zal als change agent verantwoordelijk zijn om het bedrijf door de vierde industriële revolutie te loodsen. Een wereld die leeft op het aanzwellende ritme van acht miljard aangesloten apparaten. Voorspellingen geven aan dat dit aantal zal groeien tot meer dan 200 miljard apparaten in 2031, dat is 25 keer meer dan het aantal mensen op aarde.